Hele zomer ‘marineblauw’ van Nynke Runia in de hoftuin

Kunst in de tuin van het Admiraliteitshuis in Dokkum.DOKKUM (NL) –  Van zaterdag 31 mei tot en met zaterdag 6 september 2014 organiseert museum het Admiraliteitshuis in Dokkum de expositie ‘BlauwDruk’ van de kunstenares en ambachtsvrouw Nynke Runia uit Blije (aan de Waddenkust bij Holwerd). De expositie is in de Hoftuin van het Admiraliteitshuis, Diepswal 27 in Dokkum.

De toegang tot de tuin is gratis. Voor het museum zelf moet een laag entreebedrag worden betaald. Bezoekers aan de Hoftuin moeten zeker de moeite nemen om binnen te kijken, in de vele historische panden. Daar ontmoet men niet alleen Bonifatius, maar krijgt men ook een unieke inkijk in de rijke geschiedenis van de oude zeehaven en marinestad Dokkum.

Kunst en ambacht
De presentatie van Nynke Runia is geïnspireerd op waar de Hoftuin in vroegere tijden voor gebruikt werd. In het voorjaar van 2014 is er in de tuin vlaszaad gezaaid, zodat men in de tuin het gehele proces van vlas tot linnen kan beleven en ervaren. De met de hand bedrukte stoffen zijn dan ook van 100% linnen. De stoffen die in de tuin hangen, zijn afkomstig uit de ambachtelijke katoendrukkerij Kleine-Lijn te Blije. Er zijn diverse verf- en druktechnieken gebruikt. Het is een impressie van Nynke Runia’s dagelijkse artistieke leven. Blauw vindt ze een van de meest intrigerende kleuren die er zijn.

Workshops
In het atelier van Nynke Runia in Blije worden tijdens de expositie workshops zeefdrukken gegeven. In het atelier wordt u de basisbeginselen van het zeefdrukken uitgelegd en maakt u een eigen ontwerp. Er wordt gewerkt met bestaande zeefdrukramen. Er is een breed assortiment textiel waaruit u zelf mag kiezen.

Kunstenaarscollectief
Mevrouw Runia maakt deel uit van het kunstenaarsinitiatief ‘ARTchipel’. ARTchipel bestaat uit een groep kunstenaars uit Noordoost Friesland. In de zomer van 2014 exposeren de kunstenaars in de binnenstad van Dokkum. Nynke heeft in de tuin van het museum een plek gekregen om te exposeren.

Open tuin
De tuin is open van 31 mei tot en met 6 september van dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur.

Dokkum , zeehaven tot 1729
Tot 1645 was het Admiraliteitshuis, nu het onderkomen van Museum Dokkum, de vergaderplaats van de Friese en Groningse Admiraliteiten, de noordelijke marine. Het pand werd gebouwd in 1618.
Dokkum lag in die dagen nog aan open zee, aan een slenk, een geul van de Lauwerszee. Deze kleine zee heet ‘Lauwersmeer’ sinds de afsluiting van de Waddenzee in 1969 door een dam.

De Lauwerszee ontstond als baai na 500 en reidde zich uit in de 11-de en 12-de eeuw. Het Dokkumer Diep was een arm van de Lauwerszee waardoor zout eb- en vloedwater stroomde. De slenk reikte tot enkele kilometers ten westen van Dokkum.

In 1583 werd de houten keersluis, de Zijl, in de toen juist versterkte en goed verdedigbare stad gebouwd. De grachten waren sindsdien van het zoute water afgesloten, maar eb- en vloed kregen nog wel vrij spel in het Grootdiep, de haven van Dokkum en de vaarweg naar de Lauwerszee (Lauwersmeer).

Dokkum was net als de Friese havensteden Stavoren en Hindeloopen aan de Zuiderzee (‘IJsselmeer’ sinds afsluiting van de Waddenzee in 1932) qua handel en grote zeilvaart georiënteerd op Noord-Duitsland (Hanzesteden), Scandinavische landen en Rusland.

Door het geleidelijk dichtslibben van het Dokkumer Diep, voor grote zeilschepen dé enige vaarweg naar zee, namen handel en scheepvaart op Dokkum af. De Friese admiraliteit, de belangenbehartiger van de handelsvaart, werd in 1645 naar de beter bereikbare haven van Harlingen verplaatst, ook aan de Waddenzee.

De bouw van een nieuwe sluis in 1729 in Dokkumer Nieuwe Zijlen, enkele kilometers ten oosten van Dokkum, nabij de Lauwerszee, betekende definitief het einde van Dokkum als internationale handelsstad en achteruitgang van de zeevaart en daarmee verbonden bedrijvigheid. Tegenover het in 1618 gebouwde Admiraliteitshuis is nog één van de grote scheepshellingen (werven) van zeehavenstad Dokkum te zien.

De Friese Admiraliteit
De Friese Admiraliteit was een van de Admiraliteiten ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Admiraliteiten waren verantwoordelijk voor het uitrusten en bemannen van schepen. De Friese Admiraliteit werd opgericht op 6 maart 1596, vooral op verzoek van de Groningers die meer bescherming op zee wensten. De Friese Admiraliteit werd ontbonden in 1795, toen de Franse tijd in Nederland aanbrak.

De Admiraliteit werd eerst gehuisvest in het oude raadhuis, op de hoek van de Hoogstraat en de Lange Oosterstraat in de stad Dokkum. Dit gebouw was in 1589 aangekocht door kapitein Tjaerd Tjebbes voor het bedrag van 900 goudgulden. De Admiraliteit nam daarna haar intrek in het Blauhuis. Het stadsbestuur betaalde aanvankelijk de huur, maar vanaf 1610 werd deze overgenomen door de Admiraliteit. In 1618 verhuisde de Fries-Groningse marine naar het pand waarin nu het museum van Elfstedenstad Dokkum ondergebracht is, het Admiraliteitshuis.

In de haven waren de voorzieningen aanwezig die de Friese Admiraliteit nodig dacht te hebben voor de twee oorlogsschepen die de Wadden onder controle moesten houden. De voorzieningen voor het uitrusten van meer schepen waren niet aanwezig, maar werden ook niet nodig geacht. Toen er later toch de behoefte ontstond aan grote oorlogsschepen, werd uitgeweken naar andere havens. Van 1620 tot 1636 werden dan ook de grote oorlogsschepen van de Admiraliteit uitgerust in Amsterdam. In 1636 werden de schepen nog een korte tijd in Rotterdam gestationeerd. Al in 1631 gingen er in het Friese college stemmen op om naar Harlingen te verhuizen, vanwege het dichtslibben van de vaarweg van Dokkum naar zee. Pas tien jaar later werd er een commissie ingesteld die de mogelijkheden voor de verhuizing moest onderzoeken.

Een jaar later, op 18 augustus 1643 werd een reglement opgesteld waarin de bepalingen voor de verhuizing werden opgenomen. Op 1 maart 1644 viel de definitieve beslissing om te verhuizen. In de loop van 1645 vond de verhuizing plaats. De magistraat van Harlingen beloofde ervoor te zullen zorgen dat de Admiraliteit goede huisvesting zou krijgen in 'zijn' stad. De kosten werden door de stad gedragen. De Admiraliteit had echter meer gebouwen nodig dan verwacht. Niet alleen was er behoefte aan vergaderruimtes, maar ook waren er pakhuizen, onderkomens voor gevangenen en een woning voor de dienstbode nodig. De Admiraliteit kreeg een gebouw aan de zuidzijde van de Zuiderhaven. Er was een vermaning (officiële aanmaning, waarschuwing) nodig voordat hier ook een pand aan de Noorderhaven bijkwam. Een laatste vermaning in 1653 was nodig voor ook enkele pakhuizen in de buurt van de Westerkerk tot het domein van de Admiraliteit gerekend konden worden.

Tussen 1596 en 1792 werd door de Friese marine aan verschillende zeeslagen deelgenomen. Bij de meeste hiervan maakte de Friese vloot deel uit van een gezamenlijke geconfedereerde vloot van de vijf verschillende Admiraliteiten die Nederland kende (te weten: De Zeeuwse, De Friese, De West-Friese, De Amsterdam en de Rotterdamse). In enkele gevallen ging het om een internationale coalitie. Bij sommige bekende zeeslagen liet de Friese admiraliteit verstek gaan; soms omdat men te laat was, en soms omdat men geen geld had een vloot uit te rusten, zoals in de meeste slagen van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog toen Friesland en Groningen werden aangevallen door de bisschop van Münster, Bernhard von Galen.


Info over de Nynke Runia en atelier Kleine Lijn:
http://www.kleine-lijn.nl/home

Info over het stedelijk museum van Dokkum:
http://www.museumdokkum.nl/

Informatie over museumroute in Noordoost Friesland:
www.markantfrieslandroute.nl

Toeristische informatie over Dokkum en Lauwersmeer:
www.waddenzeeland.nl

Informatie over Admiraliteitsdagen in Dokkum:
http://www.admiraliteitsdagen.nl/

Vakantiearrangementen aan de Waddenkust:
http://frieslandtravel.com/nl/fietsen/thema-arrangementen

Toeristische informatie over Friesland:
www.frieslandholland.nl

Kunst in de tuin van het Admiraliteitshuis in Dokkum.
Kunst in de tuin van het Admiraliteitshuis in Dokkum.
 
 
Museum Dokkum. Er is onder andere een permanente tentoonstelling over Bonifatius (± 672-754) te zien. Deze geeft een uniek beeld van het leven van Bonifatius.
Museum Dokkum. Er is onder andere een permanente tentoonstelling over Bonifatius (± 672-754) te zien. Deze geeft een uniek beeld van het leven van Bonifatius.
Kunst in de tuin van het Admiraliteitshuis in Dokkum.
Kunst in de tuin van het Admiraliteitshuis in Dokkum.
 
Midden in het historische centrum van Dokkum, deels uit het zicht, staat het 17-de eeuwse Admiraliteitshuis.
Midden in het historische centrum van Dokkum, deels uit het zicht, staat het 17-de eeuwse Admiraliteitshuis.
Dokkum, eens een haven aan zee.
Dokkum, eens een haven aan zee.
 
 
 
 
 
 
De Willem Lorésluis is ten zuiden van de oude sluis Dokkumer Nieuwe Zijlen aangelegd in 1969, toen de Lauwerszee door een afsluitdijk werd afgesloten van de Waddenzee. De sluis is genoemd naar Willem Loré, die in 1729 de oorspronkelijke Sluis Dokkumer Nieuwe Zijlen heeft ontworpen. Loré (Leeuwarden, 1679 – Franeker, 22 mei 1744) was een Friese waterbouwkundige. Hij ontwierp ook dijken voor de Nieuwe Bildtpolder.
De Willem Lorésluis is ten zuiden van de oude sluis Dokkumer Nieuwe Zijlen aangelegd in 1969, toen de Lauwerszee door een afsluitdijk werd afgesloten van de Waddenzee. De sluis is genoemd naar Willem Loré, die in 1729 de oorspronkelijke Sluis Dokkumer Nieuwe Zijlen heeft ontworpen. Loré (Leeuwarden, 1679 – Franeker, 22 mei 1744) was een Friese waterbouwkundige. Hij ontwierp ook dijken voor de Nieuwe Bildtpolder.
 
 
 
 
 
 
 
De Dokkumer Nieuwe Zijlen (zijlen is oud-Nederlands voor sluizen) zijn in 1729 in het Dokkumer Grootdiep aangelegd aangelegd. De sluis telt drie kolken, waarvan twee schutkolken om schepen door te laten. De derde kolk werd alleen gebruikt voor het spuien van Fries boezemwater water in de Lauwerszee. Na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 verloren de oude sluizen hun functie als zeesluizen. Ten zuiden ervan werd een nieuwe sluis gebouwd, de Willem Lorésluis. Bij de sluizen, op de grens van Friesland en Groningen, bevindt zich een bekend etablissement: Herberg De Pater.
De Dokkumer Nieuwe Zijlen (zijlen is oud-Nederlands voor sluizen) zijn in 1729 in het Dokkumer Grootdiep aangelegd aangelegd. De sluis telt drie kolken, waarvan twee schutkolken om schepen door te laten. De derde kolk werd alleen gebruikt voor het spuien van Fries boezemwater water in de Lauwerszee. Na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 verloren de oude sluizen hun functie als zeesluizen. Ten zuiden ervan werd een nieuwe sluis gebouwd, de Willem Lorésluis. Bij de sluizen, op de grens van Friesland en Groningen, bevindt zich een bekend etablissement: Herberg De Pater.